Aantal buitenlandse vakanties van Nederlanders in 2020 gehalveerd

Den Haag - Nederlanders gingen in coronajaar 2020 de helft minder vaak op vakantie in het buitenland dan een jaar eerder. In de zomer brachten juist meer Nederlanders een vakantie in eigen land door dan in het voorgaande jaar, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe cijfers.

De regering vroeg Nederlanders vanwege de coronapandemie in grote delen van 2020 niet naar het buitenland te reizen als ze daar geen dringende reden voor hadden. Gelet op de cijfers lijken velen gehoor te hebben gegeven aan die oproep.

Het aantal zomervakanties in Nederland steeg vorig jaar ruim 6 procent ten opzichte van 2019, naar 10,5 miljoen. Het noorden van het land was vaker in trek, maar ook Zeeland en het zuiden van Limburg verwelkomden veel meer vakantiegangers. In Noord-Brabant en Flevoland was juist sprake van een daling van het binnenlands toerisme.

Nederlanders overnachtten tijdens hun zomervakantie in eigen land 30 procent vaker in een hotel en 11 procent vaker in een vakantiehuis. Het aantal vakanties met een camper steeg enorm ten opzichte van vorig jaar, met 68 procent. Daarentegen daalde het aantal vakanties in een stacaravan en er werd ook minder vaak gekampeerd met een tent of toercaravan in Nederland.

Het aantal zomervakanties met een buitenlandse bestemming daalde met 67 procent naar 4,4 miljoen. Als Nederlanders wel op vakantie gingen naar het buitenland bleven ze vaker dichter bij huis dan in voorgaande jaren. Van hen bleef 98 procent in Europa, tegen 86 procent in 2019. In 2020 daalde het aantal vakanties van Nederlanders in het buitenland naar 11,7 miljoen, tegen 22,9 miljoen een jaar eerder.

Nederlanders gingen vorig jaar in totaal 30 procent minder vaak op vakantie, oftewel 28,7 miljoen keer. Dat er minder vaak werd gereisd en men dichter bij huis bleef, betekent ook dat er een stuk minder geld werd uitgegeven aan vakanties. Die uitgaven daalden naar 10,3 miljard euro, tegen 22,5 miljard euro in 2019.