Grote verschillen tussen minimumlonen in de EU

Brussel - Binnen de Europese Unie bestaan grote verschillen in het minimumloon dat in lidstaten geldt. Het hoogste minimumloon is bijna zeven keer zo hoog als het laagste minimumloon, berekende het Europese statistiekbureau Eurostat. Nederland staat op de derde plek van de hoogste minimumlonen, na Luxemburg en Ierland.

De 21 lidstaten met minimumlonen kunnen in drie groepen verdeeld worden. Tien lidstaten in Oost-Europa hebben minimumlonen onder de 700 euro. In de zuidelijke landen - Griekenland, Portugal, Malta, Slovenië en Spanje - liggen de bedragen tussen de 700 en 1100 euro per maand. In de zes landen in Noordwest-Europa - Frankrijk, Duitsland, België, Nederland, Ierland en Luxemburg - ligt het minimumloon boven de 1500 euro.

Hoewel de exacte verschillen tussen de minimumlonen groot zijn, zijn de verschillen veel kleiner als er rekening wordt gehouden met de prijsverschillen in de verschillende landen. Dan is het hoogste minimumloon ruim 2,5 keer hoger dan het laagste.

Van alle 27 EU-landen hebben 21 landen een wettelijk minimumloon. In Italië, Cyprus, Oostenrijk, Denemarken, Finland en Zweden hebben ze het niet. Bij de laatste drie komen de minimumlonen tot stand door onderhandelingen tussen vakbonden en werkgevers en zijn die minimumlonen toch hoog. Maar dat is in Cyprus bijvoorbeeld niet het geval.